Course Content
Dutch Vocabulary for beginners
    About Lesson

    Learn Dutch Academy Youtube subscribe

    Learn Dutch pdf download

    DutchEnglishDutchEnglish
    De leeuw(in)Lion(ess)De tijgerTiger
    Het luipaardLeopardDe olifantElephant
    De kameelCamelDe neushoornRhino, Rhinoceros
    Het nijlpaardHippo, HippopotamusDe kangoeroeKangaroo
    De girafGiraffeDe buffelBuffalo
    De beerBearDe ijsbeerPolar bear
    De ezelDonkeyDe muilezelMule
    Het hertDeerDe beverBeaver
    De dasBadgerDe muisMouse
    De ratRatDe molMole
    Het stinkdierSkunkDe eekhoornSquirrel
    De haaiSharkDe zeehondSeal
    De walrusWalrusDe walvisWhale
    De dolfijnDolphinDe aapMonkey
    De vosFoxDe wolfWolf
    Het konijnRabbitDe haasHare
    De goudvisGoldfishDe slangSnake
    De krokodilCrocodileDe schildpadTortoise, turtle
    De padToadDe kikkerFrog
    De hagedisLizardDe hondDog
    De poes, kat, katerCat, tomcatHet hondjePuppy
    Het katjeKittenHet huisdierPet
    De marmot, caviaMarmot, guinea pigJongenTo give birth, (animals)
    Het paardHorseDe hengstStallion
    De merrieMareHet veulenFoal
    De koe (pl. -ien)CowDe stierBull
    Het kalf (pl. kalveren)CalfHet schaapSheep
    De ramRamDe ooiEwe
    Het lam (pl. -meren)LambDe geitGoat
    Het varkenPigDe zeugSow
    De bigPigletDe gans (pl. -zen)Goose
    De kipChickenDe krielkipBantam chicken
    De henHenDe haanRooster, cock
    Het kuikenChikck
    De kalkoenturkeyDe eendDuck
    De parkietParakeetDe kanarie(vogel)Canary
    De papegaaiParrotDe kaketoeCockatoo
    De duifDove, pigeonDe musSparrow
    De ooievaarStorkDe eksterMagpie
    De leeuwerikLarkDe zwaanSwan
    De reigerHeronDe (zee)meeuw(sea)gull
    De pelikaanPelicanDe pinguïnPenguin
    De struisvogelOstrichDe pauwPeacock
    De vinkFinchDe zwaluwSwallow
    De spreeuwStarlingDe roofvogelBird of prey
    De aderlaar, arendEagleDe havikHawk
    De valkFalconDe kraaiCrow
    De raafRavenDe nachtegaalNightingale
    De roodborstRobinDe lepelaarSpoonbill
    De merelBlackbirdHet insectInsect
    De vliegFlyDe bromvliegBlowfly
    De mugMosquitoDe bijBee
    De bijenkorfBeehiveDe wespWasp
    De KrekelCricketDe sprinkhaanGrasshopper
    De libelDragonflyDe mierAnt
    De tor, keverBeetleDe luisLouse
    De termietTermiteDe spinSpider
    Het spinnenwebSpider web, cobwebDe rupsCaterpillar
    De duizendpootCentipedeDe schorpioenScorpion
    De vlinderButterflyDe motMoth
    De wormWormDe slakSnail
    De kakkerlakCockroachDe vlo (pl. -oien)Flea
    De garnaalPrawn, shrimpDe kreeftLobster
    De krabCrabDe mosselMussel
    De oesterOysterDe schelpShell
    Het weekdierMolluskHet zoogdierMammal
    Het buideldierMarsupialHet dier, beestAnimal, beast
    VerharenTo shedAaienTo pet
    KammenTo combDe halsbandCollar
    Aan de lijnOn a leashDresserenTo train (a dog, horse)
    ZindelijkHousebreak, house trainedDe kooiCage
    Het hokKennelHet (dieren)voer(pet) food
    Het vel, vachtSkin (of an animal), furDe staartTail
    De kopHead (of an animal)De pootPaw, foot, leg
    De snuitMuzzleBijtenTo bite
    De tepelNippleDe uierUdder
    De hoornHornHet geweiAntlers
    De vogelBirdHet nestNest
    (Uit)broedenIncubate, hatchHet eiEgg
    Ei leggenTo lay an eggUitkomenHatch
    De vleugelWingHet kuikenChick
    De bekBeakDe snavelBeak, bill
    De veerFeatherDe klauwClaw

    ©2017 - 2024 Dutch Academy Eindhoven | Learn Dutch Academy | Terms and Conditions | PrivacyUnsubscribe | Contact | Dutch Course Eindhoven 

    Catharinaplein 21, 5611 DE Eindhoven Telephone: 040 369 0137