Course Content
Dutch Vocabulary for beginners
    About Lesson

    Learn Dutch Academy Youtube subscribe

    Learn Dutch pdf download

    DutchEnglishDutchEnglish
    De muntCoinHet bankbiljetBanknote (formal)
    Het briefjeBanknoteHet pondPound
    De centCentDe dollarDollar
    De prijsPriceBetalenTo pay
    KopenTo buyVerkopenTo sell
    Het kleingeldChangeKleinmakenChange into smaller amount
    De belastingTaxBelastenTo tax
    De BTWVAT (Value Added Tax)De hypotheekMortgage
    LenenTo lend, borrowDe leningLoan
    AfbetalenTo pay offDe renteInterest
    UitgevenTo spend (money only)Besteden (aan)To spend money (on) (money and time)
    VerdienenTo earnFinancierenTo finance
    De subsidieSubsidySubsidiërenTo subsidise
    Het rekenenArithmeticOptellenTo add up
    AftrekkenTo subtractVermenigvuldigen (met)To multiply (buy)
    Delen (door)To divide (by)UitrekenenTo work out, calculate
    Het rekenmachineCalculator4 en /plus (min)2 is?4 and/ plus (minus) 2 equals?
    (op) de bank(at) the bankDe spaarrekeningSavings account
    De lopende rekeningCurrent accountSparenTo save
    Het spaarboekjeSavings bookDe spaarpotMoney-box
    StortenTo depositOpnemenTo withdraw
    De chequeChequeUitschrijvenTo write out (a cheque)
    (onder)tekenenTo signDe handtekeningsignature

    ©2017 - 2024 Dutch Academy Eindhoven | Learn Dutch Academy | Terms and Conditions | PrivacyUnsubscribe | Contact | Dutch Course Eindhoven 

    Catharinaplein 21, 5611 DE Eindhoven Telephone: 040 369 0137