Dutch Lesson Online 18 of 33
In Progress

Dutch words: At the post office

Dutch Lesson Online
Materials

Learn Dutch Academy Youtube subscribe

Learn Dutch pdf download

Dutch English Dutch English
Het hoofdpostkantoor Main post office De post Mail
De postzegel Stamp Het luchtpostblad (pl. -en) Airmail sheet, aerogramme
De ansichtkaart Postcard De enveloppe Envelope
Posten To post De brievenbus Mailbox (at home and street corner)
De postbus Postbox, private box Aantekenen To register (a letter)
Het drukwerk Printed matter Per zeepost By surface mail
Per luchtpost By airmail Dringend Urgent
Het telegram Telegram Het pakket, pakje Parcel
Het cadeau Gift, present De postwissel Postal order
Het loket Counter (in a post-office or bank) Het posttarief Postal rate
Stempelen To stamp Een touwtje om iets doen To put a string around s.t.
De postbode Postman Post bestellen Mail order
De (het) legitimatie (bewijs) Personal identification, the ID Brievenbus lichten/legen To empty a mailbox